Ondernemen met Het Hart

Hoogbegaafdheid is een prettige handicap

door: Jolande Bijl

scan uit: Baakbericht 158, april/mei 1999

"Sommige ouders willen hun kind niet vertellen dat het hoogbegaafd is. Maar een kind met ťťn beentje kun je toch ook niet verstoppen? Hoogbegaafdheid is een duidelijke handicap, waar je mee om moet weten te gaan.
Als hoogbegaafde kinderen niet weten wat er met hen aan de hand is, kan er bij zo'n kind een gevoel van grote eenzaamheid ontstaan. Of het wordt lui, dood, dwars."
Aan het woord is dr. Hans van Oordt van Stichting Facta, een organisatie die ervoor zorgt dat hoogbegaafde kinderen 'lekker in hun vel' gaan zitten en hun gaven benutten. Dat gebeurt onder meer via adviezen, opleidingen en trainingen.

"We praten wel over toptalent. Hoogbegaafde kinderen zijn onze toekomstige bestuurders. Het is toch zonde als er creatieve, inventieve personen verloren gaan? Als kinderen dreigen te mislukken door de maatschappij, treden wij in het geweer." De gedrevenheid van Hans van Oordt om zich in te zetten voor hoogbegaafde kinderen komt grotendeels voort uit zijn eigen jeugdervaringen. Hij is zelf hoogbegaafd, maar dat ontdekte hij pas op volwassen leeftijd toen hij al veel leed had doorgemaakt. Gelukkig was er een juffrouw in de eerste klas die begreep wat er met hem aan de hand was. Zij haalde hem uit de klas en stimuleerde hem met extra leerstof. "Dat is mijn geluk geweest, want ik weet niet wat er anders van me terecht gekomen was", zegt Van Oordt. "Ik ging zitten klieren, ben drie keer van school getrapt." Voor heel veel kinderen is hoogbegaafdheid geen probleem, maar een klein percentage redt het niet zonder hulp. Dat komt volgens Van Oordt door afwijzing van de maatschappij. Veel kinderen zijn jaloers op hun slimme klasgenoot. Schoolleiders weten niet hoe ze met deze kinderen om moeten gaan want er is te weinig verrijkingsleerstof voorhanden; vaak ook wekken hoogbegaafde kinderen door hun recalcitrante gedrag irritatie op bij leerkrachten.

Clown spelen of wegkruipen
Afwijkend gedrag kan een symptoom zijn van hoogbegaafdheid. Als intelligente kinderen lijden onder het gevoel niet begrepen te worden, kan zich dat uiten in excessief gedrag. Sommige kinderen hangen de clown uit, anderen worden de pestkop van de klas of kruipen juist helemaal in hun schulp. Sterk wisselende resultaten (onderpresteren), concentratieproblemen, desinteresse, bedwateren, maag- of buikpijnen, gevoelens van eenzaamheid: het zijn allemaal indicaties van geestelijke en emotionele nood van kinderen die voort kan komen uit een bij zondere, maar niet begrepen begaafdheid. Dan zijn er nog de kinderen die zich op school enorm vervelen en daarom maar helemaal niets meer doen. Ze worden lui, hun talenten kwijnen weg. Zonde, vindt Van Oordt, want talent is een gave die je zorgvuldig moet koesteren.

Gelukkig gaat het bij de meeste hoogbegaafde kinderen goed. De kinderen waarbij het goed gaat, vertonen geen `lastig' gedrag. Integendeel, ze zijn zeer gemotiveerd, neigen naar perfectionisme, zijn ernstig en hebben een voorkeur voor omgang met oudere kinderen. Meestal zijn hoogbegaafde kinderen creatief (muzikaal), vindingrijk en ze gebruiken opvallende woorden. Ze kunnen goed hoofdrekenen en stellen vaak `abstracte' vragen. Hun interesse gaat in hoge mate uit naar alles wat te maken heeft met de vraag: "Waar kom ik vandaan?" Je ziet deze kinderen dan ook vaak bezig met onderwerpen als prehistorie en astronomie. De overgevoeligheid die hoogbegaafde kinderen kenmerkt kan echter gemakkelijk leiden tot onzekerheid.

Facta zet zich met name in voor hoogbegaafde kinderen met problemen. Hoogbegaafdheid kun je volgens Van Oordt zien als een soort handicap - zij het een prettige - waar je mee moet leren omgaan. Bewustwording, erkenning en vertrouwen zijn heel belangrijk. Als een kind weet wat er met hem of haar aan de hand is, betekent dat vaak al een doorbraak. De leerprestaties gaan met sprongen vooruit, het wordt een `heel ander kind'. Daarom is het belangrijk om een kind te laten testen als het vermoeden bestaat dat het hoogbegaafd is. Het tijdig onderkennen van zijn `probleem', kan zo'n kind veel leed besparen.

Wanneer ben je hoogbegaafd
Van hoogbegaafdheid is sprake bij een intelligentiequotiŽnt van 129 of hoger. Hoger dan 152 is echter volgens Van Oordt niet meer meetbaar. "Er is dan zo weinig vergelijkingsmateriaal, dat de test niet betrouwbaar is. Als iemand dus roept dat hij een IQ van 190 heeft, zeg ik: ga lekker buiten spelen." Het gros van de bevolking heeft een IQ tussen de 90 en 110. Kinderen kunnen zich (ook bij Facta) op hoogbegaafdheid laten testen vanaf een leeftijd van vier jaar en twee maanden. Daarvoor heet een bijzondere prestatie gewoon een ontwikkelingsvoorsprong.

Hoogbegaafdheid is voor tweederde erfelijk, meestal van moederskant. Veel moeders komen er door hun kind pas achter dat ze zelf hoogbegaafd zijn. Als ze het testrapport van hun kind lezen, valt het puzzelstukje op zijn plaats en beseffen ze ineens waarom ze zelf zo'n moeilijke jeugd hebben gehad. Voor eenderde deel is hoogbegaafdheid een toevalstreffer. Een stoot adrenaline in een moeilijke zwangerschap vol spanningen, kan een oorzaak zijn.

Hoogbegaafdheid wil eigenlijk zeggen dat de geestelijke ontwikkeling van een kind niet gelijk loopt met zijn leeftijd. Een kind van tien met een IQ van 140 is eigenlijk veertien. Als dat hem verteld wordt, krijg je soms leuke reacties: "O, maar als ik veertien ben, wil ik later naar bed en meer zakgeld." Maar ouders hebben dan ook het recht om van hun kind te verwachten dat het voldoet aan de eisen die je aan een veertienjarige zou mogen stellen.

Te weinig politieke aandacht
In Nederland is twee tot drie procent van de bevolking hoogbegaafd. Vijf procent daaronder is meerbegaafd. Onder de schoolgaande jeugd (basisschool en voortgezet onderwijs) bevinden zich ongeveer tachtigduizend hoogbegaafde kinderen, van wie er zo'n I6 % problemen heeft. Scholen en overheid doen naar de smaak van Van Oordt te weinig om die problemen in goede banen te leiden. Om leraren bekend te maken met hoogbegaafdheid en hoe ermee om te gaan, zou een hoogbegaafdheidsmodule standaard deel moeten uitmaken van de lerarenopleiding. Er is op scholen tegenwoordig veel aandacht voor `remedial teaching', maar in de praktijk betekent dat vaak bijles geven aan de zwakkere leerlingen. De overheid zou geld ter beschikking moeten stellen voor het bijscholen van leerkrachten met betrekking tot hoogbegaafdheid. En er moeten veel meer leermiddelen ontwikkeld worden; verrijkingsstof, zodat hoogbegaafde kinderen zich niet gaan vervelen of `denklui' worden.

De kick van hun leven
Bij Facta kunnen kinderen die op school geen uitdaging vinden, toch aan hun trekken komen. Van Oordt zegt: "Wij willen
die kinderen de kick van hun leven bezorgen. Voor de een is dat een cursus informatica op volwassen niveau, waarbij we
overigens zes keer zo snel gaan als bij de cursus voor volwassenen. Voor de ander is dat leren vliegen." Ook al mogen de kinderen vanwege hun leeftijd na het behalen van hun vliegbrevet de lucht nog niet in, de opleiding zelf geeft de deelnemertjes het plezier in leren dat ze op school vaak ontberen. Bovendien komen ze zo in contact met kinderen die net zo intelligent als zij zelf zijn. Eindelijk een keer niet meteen als vanzelfsprekend de beste. Facta's aanbod van cursussen en trainingen staat het lesmateriaal op scholen niet in de weg. "We bieden bewust leerstof aan die kinderen op school niet krijgen. Zo zijn we bezig met het ontwikkelen van een cursus Spaans en een cursus beleggen."

Sociale instelling
Facta wil beslist geen elitaire instelling zijn. Als ouders de kosten van testen of opleiden niet kunnen betalen (een module kost bijvoorbeeld f 570,-), moeten ze maar wat minder geven. In tegenstelling tot wat velen denken, komt hoogbegaafdheid lang niet altijd voor in de gezinnen waar je het zou verwachten: de gezinnen met een knappe vader en moeder die allebei een goede baan hebben. Integendeel, vaak zijn het kinderen van gescheiden ouders waarvan de moeder een bijstandsuitkering geniet. Maar Van Oordt vindt dat ieder kind hulp moet kunnen krijgen, ook als zijn ouders het niet kunnen bekostigen. Die opvatting leidde in feite tot de oprichting van Facta, nu tien jaar geleden. Daarvoor werden de activiteiten uitgevoerd vanuit een andere stichting, de Doctor Binet Stichting, waar kinderen van minder draagkrachtige ouders op een gegeven moment werden geweerd. Dat beleid was voor Van Oordt reden om de stichting de rug toe te keren en een nieuwe stichting in het leven te roepen met minder commerciŽle doelstellingen.

drs. Jolande Bijl is verbonden aan de Baak als programma-manager en journalist.

Profiel
Stichting Facta bestaat nu tien jaar. De stichting is voortgekomen uit de Doctor Binet Stichting, opgericht in 1969 door Hans van Oordt. Vorig jaar werd Van Oordt vanwege zijn bijzondere verdiensten op het gebied van hoogbegaafdheid en leerstofontwikkeling benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Facta is gespecialiseerd in begaafdheidsonderzoek, psychodiagnostiek, cursorisch onderwijs/trainingen en begeleidings- en schooladviezen en werkt hiervoor samen met een staf van wetenschappers en specialisten. Dit jaar staan bijna 9.000 kinderen bij Facta ingeschreven. Het huidige aanbod van opleidingen voor hoogbegaafde jongeren bestaat uit een informaticaopleiding op Mbo-niveau (vanaf 7 jaar), een pilotenopleiding bij Martinair (vanaf 9 jaar), een ondernemersopleiding (vanaf 7 jaar) en een training in rationele zelfanalyse (vanaf 9 jaar). In deze laatstgenoemde cursus kunnen hoogbegaafde kinderen leren hoe ze met zichzelf en de maatschappij kunnen omgaan.
Momenteel zijn in ontwikkeling: een talencursus, een cursus beleggen (handelseconomie) en de mogelijkheid om een duikbrevet te halen.
De activiteiten van de Stichting Facta worden sinds kort vanuit een nieuw kantoor gecoŲrdineerd, gevestigd aan het Smidsvuur 4 te Nieuwkoop.
Telefoon 0172 579779, telefax 0172 579771
Homepage:
http://home.wxs.nl/~hvofac