Source: http://www.automatiseringgids.nl

Nooit meer werken in de IT

Sandra Jacobs is een 37-jarige ex-automatiseerder. Na twaalf jaar bij zes verschillende werkgevers in de automatisering te hebben gewerkt (waarvan vier in de laatste twee jaar) heeft ze de belofte afgelegd nooit meer één stap te zetten in de IT. Momenteel is ze lerares economie, want zoals ze zelf zegt: „Er is niets mis met profiteren van de krapte op de arbeidsmarkt.” Wat ze alleen niet begrijpt is waarom dat in de IT moet leiden tot een flink aantal ’buitenproportionele ego’s’. Jacobs studeert in 1988 af in Tilburg in de bestuurlijke informatiekunde, een studie die zowel delen economie als informatica bevat en die de student klaarstoomt voor de wereld tussen gebruiker en techneut. Alhoewel ze aanvankelijk ’pure’ economie wil gaan studeren, kiest ze voor deze nieuwe studie vanwege het hoge gehalte wiskunde en de noviteit van informatica.

Na haar studie begint ze bij de Postbank. Dat blijkt al snel een verkeerde keus. „Ik kwam terecht op een hele kleine afdeling, waar men interne procedures en processen controleerde. Ik werd in een bezemkast gezet samen met een andere collega. Een tweede collega stapte al snel op. Het hoofd van de afdeling interne controle wist precies hoe hij de organisatie ging veranderen, alleen wilde de organisatie niet. Het hoofd van de administratieve afdeling in het kantoor naast ons vond ons controlemensen zo eng, dat zijn onderdanen niet met ons mochten praten of gaan eten. Na veertien dagen heb ik opgezegd en ben weggegaan. Ze hebben wel heel de maand betaald, dat was netjes van ze.”

Voor de tweede keer stort ze zich op het sollicitatieproces en deze keer laat ze haar oog vallen op het enige bedrijf waarvan de interviewer weet wat haar studie inhoudt. Ze begint als programmeur bij Ideta, de automatiseerder van de Koninklijke Bijenkorf Beheer (KBB). Na een jaar kloppen heeft werkmaatschappij Praxis iemand nodig voor het Bureau Informatiesystemen. Jacobs werkt daar drie jaar in systeemonderhoud. „Daar deed ik echt waarvoor ik was opgeleid. Ik zat tussen de gebruiker en de automatiseerder in en dat was ontzettend leuk, maar na drie jaar kende ik het werk en was het niet langer verrassend. Aangezien er geen doorgroeimogelijkheden waren ging ik zoals afgesproken terug naar Ideta.” Jacobs wordt projectleider voor een managementinformatieproject voor het logistiek systeem van de Hema en leert daar voornamelijk dat de methode voor het ontwikkelen van een Gigo-systeem (garbage in, garbage out) ook echt in bedrijven wordt gehanteerd. De formele projectleider van de Hema introduceert haar in de organisatie en gaat kort daarna drie maanden op wereldreis. „Ik ben eerst maar met de gebruikers gaan praten om erachter te komen wat het project precies behelsde. De persoon die het project moest realiseren zei in ons tweede gesprek, vrij letterlijk, dat zijn prioriteiten heel ergens anders lagen. Hij kon zich wel voorstellen dat het een handig project was, maar ik moest maar eens alle informatie verzamelen en die in een grote doos gooien. Hij zou dan wel uitzoeken wat bruikbaar was. Dat is de perfecte manier om een Gigo-systeem te ontwikkelen. Ik wilde liever eerst weten wat er moest uitkomen, zodat we konden bepalen wat we erin moesten stoppen.” Het blijkt niet de gewenste aanpak. Sterker nog, wanneer Jacobs probeert bij het hoofd van het logistieke centrum steun te krijgen, krijgt ze te horen dat hij iemand heeft aangenomen voor de klus en dat zij alleen terug mag komen om te vertellen dat die man niet functioneert. Ze besluit dan dat ze niet genoeg geld verdient om die taak op zich te nemen.

„Ik had ook nog gesproken met de Hema-persoon uit wiens budget het project kwam. Hij heeft het toendertijd niet hardop gezegd, maar ik heb het later wel bevestigd gekregen: hij kon niet door één deur met het hoofd van het logistieke centrum en durfde dus niet in te grijpen.” Hij vraagt Jacobs of ze dan alsjeblieft de indruk wil wekken dat ze bezig is. Wanneer de formele projectleider na drie maanden terugkeert, concludeert ook hij na enkele gesprekken dat het project zinloos, is omdat de organisatie er niet klaar voor is en het project wordt afgeblazen.

Inmiddels zijn de werkmaatschappijen van KBB niet langer verplicht om Ideta als automatiseerder te gebruiken en er is weinig werk omdat men andere leveranciers benadert. Jacobs stapt bij personeelszaken binnen om haar beklag te doen. „Ze probeerden me vervolgens een Oracle-klusje in de maag te splitsen. Nu kun je het vierde generatie noemen, maar ik zat gewoon te programmeren. Het was weer een kwestie van allemaal tegengestelde belangen, er werd een politiek spelletje gespeeld.” Omdat er zo weinig werk is vraagt ze om een andere functie binnen KBB en gaat de automatisering uit, en het winkelbedrijf in.

Open armen

In 1997 blijkt de IT toch nog te trekken en haalt de Postbank haar met open armen binnen. Ze wordt aangenomen als ’ervaren informatieanalist’ op de afdeling elektronisch betalingsverkeer. Tijdens het sollicitatiegesprek is men vergeten te vertellen dat er van de zestig mensen van de afdeling er in korte tijd zeventien zijn weggelopen, wat een aardige indicatie geeft van de sfeer op de werkplek. Alhoewel de werkdruk hoog is, zijn projectleiders niet geneigd nieuwe mensen in te zetten omdat ze die uit hun eigen budget moeten betalen. Op inwerken zit men niet te wachten en ook hier heeft Jacobs dus weinig te doen. Het advies van haar directe manager was om er maar van te genieten. Na twee weken vertelt ze de manager van haar baas wat ze van de afdeling vindt. „Ze liepen achter met werk, ze waren ongestructureerd bezig en er was duidelijk een aantal zaken voor verbetering vatbaar. De man luisterde het hele verhaal aan en riep aan het eind ’Vooral kritisch blijven!’ En ik dacht, ik heb mijn ziel en zaligheid op tafel gelegd en gezegd waarom ik dit zo’n ballentent vind, en jij zegt dat ik vooral kritisch moet blijven? Wat hij had moeten doen is zich realiseren dat alleen een wervingscampagne onvoldoende is. De Postbank had met moeite ervaren mensen binnengehaald en zette zich nu niet in om ze te behouden.” „Waarom mensen in dienst nemen wanneer er geen werk voor ze is? Ik wist niet of ik een kip of een ei was. Toen ik op een gegeven moment meer werk kreeg, ging het om hele technische dingen terwijl ik sterk ben in functionele zaken. Ik vroeg mijn manager of ik het verkeerd had ingeschat, want tijdens het sollicitatiegesprek was duidelijk gesproken over functionele taken. Wat bleek, de Postbank wilde meer functionele diensten en mogelijkheden kunnen verkopen aan zijn interne klanten. Men had dus mensen in dienst genomen om die producten te slijten, voordat ze daadwerkelijk konden worden ontwikkeld.”

Na zes weken heeft ze het probleem van niets doen voorgelegd aan haar mentor, haar manager, zijn baas en een collega van die baas. „Ze waren erg aardig, maar er kwamen geen concrete oplossingen.” Na vier maanden gaat ze weg. Ze heeft op dat moment nog geen andere baan, maar besluit even rust te houden.

Opnieuw

Ze zit een maand thuis wanneer een kennis haar een functie aanbiedt bij Cadans. Na diverse gesprekken en een lange vakantie begint ze als informatieanalist. Het is of de duvel ermee speelt. Jacobs: „Toen ik uiteindelijk begon, had het LISV – het bedrijf dat de fondsen verschaft aan bedrijven als Cadans en het Gak – de geldkraan voor het project waarop ik was aangenomen dichtgedraaid. Met andere woorden, er was geen werk voor me. Men beloofde maatregelen te zullen nemen, maar na het Postbankverhaal had ik er geen vertrouwen meer in en ik ben na korte tijd weer vertrokken.”

Alles behalve IT Na een aantal maanden thuis stapt ze een uitzendbureau binnen voor een baan in ’alles behalve automatisering’. Ze wordt voorgesteld als analist bij vorkheftruckfabriek MCFE. „In het gesprek met de personeelschef blijkt echter dat hij om goede automatiseerders zit te springen, en ook in mijn vakgebied. Dan sta je voor de keus om via het uitzendbureau 3000 gulden in de maand te gaan verdienen voor een administratief k-klusje, of 6000 gulden in de IT. De keus is dan snel gemaakt.” „Ik kwam terecht op een kleine afdeling, waar altijd iets te doen was. Het werk was interessant, het bedrijf leuk, ik had goed contact met gebruikers en ik wist weer waarom ik oorspronkelijk de automatisering in wilde. Ik kon dingen doen waar ik goed in was en een leuke boterham verdienen. Alles ging goed, tot het moment dat ik vier dagen wilde gaan werken. MCFE is een van oorsprong Japans bedrijf en mijn managers vonden het onacceptabel dat iemand minder dan vijf dagen aanwezig is. Ik heb er met mijn baas over gepraat, met zijn baas en met personeelszaken, maar uiteindelijk mocht het gewoon niet.”

Na bijna een jaar vertrekt ze. Ze probeert het nog even bij ASZ in Amsterdam (voor vier dagen in de week), maar ook daar blijkt het werk waarvoor ze is aangenomen niet te bestaan door een dichtgedraaide geldkraan. „Ik mocht nog wat Cobol-programmering doorworstelen en toen heb ik gedacht: dit is de allerlaatste keer geweest.”

Onderwijs

Sinds vorige maand werkt Jacobs als lerares economie in het MBO. „Het is een verademing. Bedrijven halen je met open armen binnen en laten je dan vaak dood vallen. Hier worden nieuwe mensen zorgvuldig opgevangen en er is altijd werk. Ze vragen me niet hoe ik van plan ben de dingen te gaan doen, ik heb gewoon een einddoel en daar werk ik naar toe. Het resultaat is belangrijk en zelfstandig denken wordt op prijs gesteld.” Ook het soort mensen waarmee ze werkt is van een andere orde. „Wat je ook ziet bij hoger opgeleiden in de IT en ook van inhuurkrachten, is dat ze rondlopen met een ego dat niet proportioneel is. Ze denken dat ze enorm veel verstand hebben van automatisering omdat ze zoveel verdienen en daarom ook heel wat zijn.” Hebben de recente wervingscampagnes daar wellicht aan bijgedragen, zoals de spreekwoordelijke lease-auto voor schoolverlaters? „In die zin is het niet hun eigen verantwoordelijkheid dat ze zo arrogant zijn, maar is het hen zo verteld. Dat je profiteert van de krapte op de markt, prima, dat doe ik nu ook. Maar roep dan niet dat je zo geweldig bent en geef toe dat het de arbeidsschaarste is waardoor je in die positie zit, in plaats van als verwende jongetjes en meisjes rond te lopen.”

Karina Meerman
Automatisering Gids • 17-03-´00

Weekblad 2000, week 11

©1997-2000 Automatisering Gids